De kracht van de taal

De pen is machtiger dan het zwaard, zo wil een bekende uitdrukking. Uitzonderingen daar gelaten is dat ook zo. Hoe goed Johan Cruijff ook voetbalde, tegenwoordig is hij vooral bekend door zijn onnavolgbare uitspraken en met zijn column zet hij nog regelmatig het voetbalwereldje op zijn kop. En dat is logisch.

Ook beleidsmakers, zoals ik zelf, hebben een speciale relatie met taal. Net als leerkrachten proberen we de bedoeling duidelijk te maken, meestal in situaties waarbij een mondelinge toelichting niet mogelijk is. Vaak leidt dat tot bijna oneindig uitgebreide lappen tekst, die alleen al daardoor onleesbaar zijn. Zelf probeer ik mij nog steeds te laten leiden door een oud-collega die werkte met het motto “als het niet op 2 A4tje’s past, zal je wel geen goed verhaal hebben”.

Een intrigerende neiging van beleidsmakers is verhullend taalgebruik. Een beeldend voorbeeld daar van is de ontwikkeling van de aanduiding van mensen die hun herkomst vinden in een ander land. Vreemdeling, gastarbeider en niet-westerse allochtoon zijn maar een paar van de woorden waarmee zulke mensen werden benoemd. Uit angst om niet precies te zijn, of in dit geval, om een racistische connotatie te gebruiken, worden de begrippen steeds algemener en dus vager.

Van een ander kaliber, maar ook verhullend zijn de beleids-eufemismen. Uitdaging is daar een –inmiddels nogal sleets- voorbeeld van. Ergens in de jaren ’90 werd het probleem doodverklaard en konden er alleen nog maar uitdagingen zijn. Maar laten we eerlijk zijn: soms doet dat de situatie gewoon geen recht. Of zoals een schoolbestuurder met flinke financiële tekorten mij laatst zei: “Ik heb helemaal geen uitdaging, ik heb gewoon een heel groot probleem!”

Helemaal bizar wordt het als de gebruikte begrippen zo verruimd worden, dat ze de bedoelde betekenis gaan missen. “Attentie, buurtpreventie” vind ik een mooie. Natuurlijk snap ik wel wat de bedoeling is, mensen worden aangespoord om een oogje in het zeil te houden. Maar als je zuiver naar de tekst kijkt, lees ik het tegenovergestelde. De wijkagent ziet er op toe dat mensen géén praatje met hun buren maken, dat ze elkaar vooral níet informeren wanneer ze met vakantie gaan en dat er al helemaal geen buurtbarbecue georganiseerd wordt. Dit alles binnen de ‘gemeentelijke kadernotie preventiebeleid buurtvorming’.

Nog even terug naar het Cruijffiaans. Het mooie van zijn taal is dat je er altijd wel mee verder kan. Hij biedt zelfs hoop aan zeer zwakke scholen: Je wordt beter door slechter te worden.