Het studentenhuiskeuken-effect, of: wat te doen met 375 miljoen

Joris Luyendijk schreef een paar jaar geleden een heel aardig boekje over de onderliggende drijfveren achter de financiële crisis: “dit kan niet waar zijn”. Hij fileert haarfijn hoe het systeem van banken en andere financiële bedrijven zo is ingericht dat individuele werknemers gestimuleerd worden tot gedrag, wat uit collectief oogpunt eigenlijk niet zo gewenst is. Ergens las ik dat Luyendijk zijn boek eigenlijk “het zijn net mensen” had willen noemen, maar die titel had hij al voor een ander boek gebruikt. De individuele werknemers voelen zich meer geprikkeld door een bonus, dan door de notie dat hun bedrijf failliet kan gaan. En dus nemen ze makkelijk risico’s, die bezien vanuit de maatschappij of zelfs vanuit het hele bedrijf eigenlijk idioot zijn. Nick Leeson werkt overal, we werken allemaal bij Lehman Brothers.

De discrepantie tussen een individueel belang en het collectieve belang kennen we eigenlijk allemaal wel, in veel organisaties. Ik noem dat het studentenhuiskeuken-effect. Alle bewoners van het huis willen dat de keuken schoon is en dat er geen kakkerlakken, muizen of ratten toetreden tot het huishouden. Niemand wil een pan eerst moeten afwassen voor hij er mee kan gaan koken. Maar stiekem vindt iedereen het ook wel prettig als alle anderen iets meer doen aan de schoonmaak dan hijzelf. Als we zonder consequentie kunnen kiezen, drukken we onze snor. We zijn net mensen.

Het studentenhuiskeuken-effect is overal en dus ook in het onderwijs. Laatst kwam ik weer een schitterend, maar pijnlijk voorbeeld tegen. Het Participatiefonds stuurde een brief naar alle aangesloten schoolbesturen, dat helaas de premie voor 2018 verhoogd moet worden. Tegelijk was het een volkomen logische en een volslagen bizarre brief. De kosten van het fonds lopen op, en de leden moeten die kosten dragen. Niks aan de hand. Maar wat precies oploopt, zijn de werkloosheidsuitkeringen voor leerkrachten. Terwijl de hele sector (overigens niet ten onrechte) moord en brand schreeuwt over het lerarentekort, neemt de werkloosheid onder leerkrachten toe. Op die contradictie heb ik een poosje moeten kauwen.

Vooropgesteld: ik heb geen diepgravend onderzoek gedaan. Maar wat er gebeurt, is volgens mij ongeveer als volgt. Ieder schoolbestuur heeft personeelsleden die niet goed functioneren. De gesprekkencyslus bungelt vaak onderaan het prioriteitenlijstje, zeker als er geen acute problemen zijn. Daardoor is er bij matig functioneren vaker niet dan wel een goed dossier om tot ontslag te komen. Gelukkig bestaat er dan een fluwelen route. Werknemer en werkgever gaan “met wederzijds goedvinden” uit elkaar. De werknemer ontvangt een afkoopsom, heeft recht op een uitkering en de werkgever heeft op een overzichtelijke wijze het functioneringsprobleem opgelost.

Rond die uitkering komt het studentenhuiskeuken-effect in actie. De uitkeringsrechten in het onderwijs zijn ruim boven het wettelijk minimum. De duur kan oplopen tot 12 jaar, de uitkering ligt op 70% van het laatstverdiende salaris. Voor de (ex-)werknemer is het dus niet meer nodig om, vaak relatief kort voor het pensioen, nog te gaan solliciteren. Lees hier een helder rekenvoorbeeld. De (ex-)werkgever betaalt eenmalig de afkoopsom, de uitkering wordt collectief gedragen door het Participatiefonds. Kennelijk neemt het gebruik van deze route toe, anders zou het fonds de premie niet hoeven verhogen.

En ja, dat gaat om heel veel geld. Als we Joost Ahsman mogen geloven, gaat het om zo’n 375 miljoen euro per jaar. Grofweg een kwart van het extra budget dat de stakers eisen. Of ongeveer €60.000, toevallig ongeveer de loonkosten voor een leerkracht, per Nederlandse basisschool. Of wie meer gelooft dat de oplossing uit Den Haag moet komen; je kan er ook ongeveer 2.072 extra ministers van betalen. Dat is wel exclusief extra ambtenaren om die ministers te ondersteunen en uitbreiding van het aantal werkplekken, maar inclusief pensioenopbouw en onkostenvergoedingen.

Wat te doen? Wie maakt de gezamenlijke keuken schoon? Dat is niet eenvoudig te zeggen, iedereen moet een bijdrage leveren. Mag je die bijdrage verwachten, zolang het collectief belang tegen je eigen belang ingaat? Het voordeel van de premieverhoging is, dat daarmee duidelijk wordt dat het collectieve probleem -in dit geval- weer terugkomt als individueel probleem, zijhet niet naar rato van ‘vervuiling’. Ik denk dat de schoolbesturen het voortouw moeten nemen, en wel langs drie wegen. Via de PO Raad en rechtstreeks bij het Participatiefonds kunnen zij de discussie voeren over het inbouwen van meer prikkels in het systeem om goed gedrag te belonen of slecht gedrag te bestraffen. En in eigen huis kunnen zij beleid zorgen en écht implementeren waardoor slecht functioneren niet leidt tot de fluwelen route. Tot slot denk ik dat die werklozen niet afgeschreven kunnen worden. Misschien kunnen of willen ze niet meer allemaal de eindverantwoordelijkheid voor een klas dragen, maar het moet toch mogelijk zijn om in ieder geval een deel van hen een rol te geven in de school?